Cursussen

Cursus: het voeren van gesprekken met kinderen bij vermoedens van seksuele kindermishandeling

Deze cursus van één dagdeel richt zich op het voeren van gesprekken met kinderen in de leeftijd van 4 tot en met (ongeveer) 16 jaar bij vermoedens van seksuele kindermishandeling. Bij het voeren van gesprekken met kinderen over vermoedens van seksuele kindermishandeling is het van belang dat degene die het gesprek voert op een niet-sturende wijze te werk gaat en het kind de gelegenheid biedt zijn eigen verhaal te doen. Het is immers belangrijk dat de informatie die wordt verzameld tijdens een dergelijk gesprek met een kind accuraat is. Daarnaast moet de benadering die tijdens het gesprek wordt gekozen, passen bij het betreffende kind. Ook moet de inhoudelijke vraagstelling zodanig zijn, dat dit lastige onderwerp neutraal, maar toch concreet wordt bevraagd en dat er wordt doorgevraagd (zonder dat een mogelijk volgend strafrechtelijk onderzoek negatief wordt beïnvloed). Tevens moet de bevraging naast het eventueel bevestigen van het vermoeden van seksuele kindermishandeling gericht zijn op het onderzoeken van alternatieve verklaringen (is er misschien sprake van een misverstand; is er sprake van bewuste of onbewuste beïnvloeding van het kind; is er sprake van een combinatie van deze mogelijkheden).

Dit dagdeel is een vervolg op de één- of tweedaagse training van Kinterview over het voeren van gesprekken met kinderen bij vermoedens van kindermishandeling.

Na de training

  • Weet de deelnemer hoe hij/zij beïnvloeding van een kind tijdens een gesprek over vermoedens van seksuele kindermishandeling kan voorkomen.
  • Weet de deelnemer hoe hij/zij op een neutrale wijze en feitgericht het onderwerp seksuele kindermishandeling kan bevragen.
  • Weet de deelnemer hoe gesprekken kunnen worden afgestemd op verschillende typen kinderen.
  • Weet de deelnemer hoe hij/zij verschillende typen gesprekken met kinderen bij vermoedens van seksuele kindermishandeling inhoudelijk kan voorbereiden.
  • Weet de deelnemer op welke eisen er aan verslaglegging van een gesprek met een kind bij vermoedens van seksuele kindermishandeling worden gesteld.
  • Weet de deelnemer hoe hij/zij tijdens het gesprek rekening moet houden met een mogelijk volgend strafrechtelijk onderzoek.
  • Heeft de deelnemer (kort) de gelegenheid gehad de behandelde theorie in oefengesprekken toe te passen.

Deze training is bestemd voor Hbo-opgeleide professionals die werkzaam zijn binnen de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis of een hulpverleningsorganisatie, waarbij het voeren van gesprekken met kinderen over vermoedens van seksuele kindermishandeling tot de werkzaamheden behoort.

SKJ-geregistreerd (4,5 punten)

Ga terug naar overzicht